Wel bleek in de ochtend toen verwarming laag stond dat vocht 34% was… Later op de avond toen verwarming in was is dit opgelopen naar 40 %
Ik zal proberen uit te leggen hoe een en ander in verhouding staat met elkaar.
Eerst even helder:
De hoeveelheid (water) vocht zal in een gesloten ruimte nooit veranderen.
Dus 10 gram vocht per kg lucht zal “altijd” 10 gram blijven. Ik heb een Mollierdiagram toegevoegd.
Stel dus in het diagram is het 25 graden Celsius bij een relatieve vochtigheid van 50%.
Hierbij is het absolute vochtgehalte dan ook 10 gram vocht per kg lucht.
Als de ruimte afkoelt naar 20 graden Celsius zal dus de lijn van 10 gram worden gevolgd
en dan kom je uit op een relatieve vochtigheid van bijna 70%.
Als je verder naar beneden kijkt zie je dat bij 14 graden Celsius de maximale hoeveelheid
vocht is bereikt wat in één kg lucht kan zitten ofwel 100% relatieve vochtigheid.
En teveel aan vocht wordt vervolgens water door condens op bijvoorbeeld glas (als je geluk hebt)
Anders gezegd, bij 10 graden Celsius zal de vochtinhoud van de lucht nog maar 7,5 gram zijn
per kg lucht de rest is water geworden ofwel gecondenseerd.
Stel de dichtheid van lucht = 1. Een ruimte heeft een inhoud van 100 m3. In dit geval is de
totale hoeveelheid vocht dus altijd 100 x 10 = 1000 gram globaal 1 liter water.
Bij 25 graden Celsius dus als damp (vocht) bij 10 graden Celsius als 0,75 liter damp en
0,25 liter gecondenseerd water (voor jou te hopen in een bak).
Conclusie; bij afkoelen kan er minder vocht in de lucht zitten, daarom is het in de winter
droger. Als je dan ook nog eens (binnen) een keer die droge lucht gaat verwarmen krijg je
een hele lage relatieve vochtigheid.
Hier het diagram uitgetekend;