Via een aantal tussenpersonen is mij een defekte buizenversterker bezorgd uit een electronisch orgel van een bouwjaar rond 1965. Er is duidelijk aan te zien dat reeds meerdere personen er aan “gewerkt” hebben.
De eindtrap bestaat uit 2 x EL34 in pushpull, één buis van het merk Siemens (met zekerheid defekt want er vloeit geen anodestroom), de andere buis van het merk Adzam; duidelijk geen gematchte buizen dus!
De uitgangstransfo is duidelijk niet meer de originele en heeft geen enkele aanduiding. De windingen lijken nog wel OK. Extern zou volgens het schema op deze uitgangstransfo (ook hier geen typeaanduiding) een LC circuit met een lage en een hoge tonen luidspreker hangen.
De hoogspanningsvoeding (waarvan enkele elco’s defekt waren en ondertussen vervangen zijn) bestaat uit een enkelvoudige gelijkrichter met een BY127 en daaraan gekoppeld een andere BY127 en elco als spanningsverdubbelaar.Daaruit moeten volgens het schema respektievelijk 430V en 860V komen. De 430V wordt gebruikt voor de schermroosterspanning van de eindbuizen, de 860V komt via de middentap van de eindtransfo naar de anodes van de eindbuizen.
De 860V gaat ook naar de anode van een 6J5 triode, wiens rooster gestuurd wordt door een LF-oscillator op basis van een halve ECC83 triode. Op het schema wordt 500V opgegeven voor de anodespanning van de ECC83. Dit circuit wordt op het schema “vibrato” genoemd, wat volgens mij een foutieve benaming is. Dit circuit moet er volgens mij voor zorgen dat de 860V gemoduleerd wordt waardoor het uitgangsvolumeniveau varieert. In orgeltaal heet dit “tremolo”. (Vibrato wil zeggen dat een toon in frequentie wordt gevarieerd, wat volgens mij dit circuit niet kan)
Ten tijde van het ontwerp van deze versterker was de netspanning nominaal nog 220V, nu is dat 230V.
Wanneer ik de spanningen onbelast meet met mijn netspanning van 238V, zijn de hoogspanningen resp. 478V en 960V.
Verder is er ook nog een regelbare negatieve roosterspanning voor de eindbuizen voorzien die op -49V zou moeten worden afgeregeld.
Hier is eenlink naar het schema
Ik heb volgende vragen:
-
de datasheet van de EL34 geeft als maximum anodespanning 800V op, voor de 6J5 en voor de ECC83 300V. Hoe valt dat te rijmen met de veel hogere spanningen die aan de buizen worden aangelegd?
-
Als het antwoord op de vorige vraag op een design fout wijst wat moet er aan het schema gewijzigd worden om de anodes van de eindbuizen met 430V te voeden?
-
Bestaat er een manier om na te gaan of de uitgangstransfo die er nu inzit wel geschikt is voor deze versterker en zijn luidspreker circuit?
Dank voor het meedenken,
Roman




